• 20 april 2019

Notre Drame

Column

Het dorp zat er in het café klaar voor: de tv-toespraak van president Macron die – wie weet – eindelijk belastingverlaging zou beloven. Het was tegen zevenen toen er op de zender werd ‘ingebroken’: de Notre Dame in Parijs stond in brand! De kroeg viel stil.

Ik zag zo gauw niet wie de eerste was die een complottheorie ontvouwde. Hem werd hoofdschuddend het zwijgen opgelegd. Iedereen zat ontdaan naar de beelden uit Parijs te kijken. Dat Macron van zijn langverwachte redevoering afzag, ontging iedereen. 

Het verbaasde me dat het dorp zo aangedaan was. Een kerkbrand in het verre Parijs, 900 km verderop. Die verafschuwde ‘capitale’ waar ze steeds maar besluiten nemen die in het dorp meer dan verkeerd vallen. En de mis op zondag is al jaren alleen nog een attractie voor circa 20 gelovigen van gevorderde leeftijd. Ik dacht altijd: Parijs en het katholicisme, daar hoef je hier niet mee aan te komen. 

Sinds gisteravond weet ik dat ik me vergist heb. Blijkbaar geldt er zelfs ‘en Provence’ iets van ‘handen af van een nationaal relikwie’. Ook als het toevallig in dat vreselijke Parijs staat. Vanmorgen opende de Var Matin met kop: ’Notre Drame’. In het café was de stemming ten tijde van het apéro bedrukt. Niet omdat het regende.

Je mag het nu niet zeggen, maar toen ik vroeger nog in Parijs kwam, liep ik die monumentale kathedraal weleens binnen en was ik niet erg geïmponeerd. Ofschoon ik Gregoriaans gezang apprecieer ben ik niet godsdienstig en een lijkwade van wie dan ook boeit me niet. Noem me gerust een cultuurbarbaar, maar de Notre Dame leek me vooral een toeristtrap met uitbundige handel. Dat het om ‘de ziel van Frankrijk’ ging zoals nu overal te lezen staat, ontging me. 

Enfin, ten tijde van de Franse Revolutie werd de kerk al van zijn mythe ontdaan. Het gebouw werd een kaal entrepôt en voor zover er gelovigen waren, konden ze er een paar stenen van kopen. In 1804 liet Napoléon zich er kronen met 15.000 toeschouwers, de erbarmelijke staat van het pand bleef verborgen achter gordijnen. Je kunt zeggen dat de Notre Dame toen voorzichtig aan eerherstel begon. Maar het duurde tot 1845 voor er serieus werk van een opknapbeurt werd gemaakt. Dat was te danken aan de beroemde roman ‘Notre Dame de Paris’ van Victor Hugo.

De kerk gaat nu opnieuw gerestaureerd worden. Er zijn al tal van sponsors:

Bernard Arnault, van LVMH, met de dure modehuizen Christian Dior en Louis Vuitton en het drankconglomeraat Moët Hennessy, schenkt 200 miljoen.

Francois-Henri Pinault, van de luxe merken Gucci, Saint Laurent, Alexander McQueen en Balenciaga, geeft 100 miljoen. 

Oliemaatschappij Total doneert eveneens 100 miljoen aan de restauratie.

Straatsburg, maar ook Duitsland en Rusland willen hun restauratie-experts sturen.

De Munt van Parijs gaat een speciale munt slaan.

Air France belooft iedereen die aan de restauratie meewerkt gratis te vervoeren.

De UNESCO heeft hulp aangeboden.

Al met al is er inmiddels voor bijna 500 miljoen aan giften toegezegd.

En de Paus vraagt iedereen ‘zich gezamenlijk in te spannen’ voor de restauratie van de mythische kathedraal. Vanuit het Vaticaan is echter nog geen enkele financiële steun beloofd.

Je hebt in het Frans met betrekking tot geduld de uitdrukking: ‘J’áttends pas 107 années’. Een verwijzing naar de duur van de bouw van de Notre Dame waarmee in 1163 werd begonnen. Met een beetje mazzel en zoveel geld zou het nu misschien in 107 maanden kunnen lukken.  ‘Notre Dame de Paris’ is vandaag ineens het best verkochte boek bij Amazon in Frankrijk. Ook dat verbaast me. 

Peter Hagtingius, columnist Côte & Provence      

Geen reactiemogelijkheid.